Photoworkx | Nachtfotografie: verrassend en uitdagend
23911
page-template-default,page,page-id-23911,edgt-core-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,hudson child-child-ver-1.0.0,hudson-ver-1.6, vertical_menu_with_scroll,smooth_scroll,blog_installed,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive

Nachtfotografie: verrassend en uitdagend

Nachtfotografie wordt over het algemeen gezien als één van de moeilijkste disciplines in de fotografie. Dit komt voornamelijk door de moeilijke lichtomstandigheden en het feit dat de lichtmeter van de fotocamera er ’s avonds vaak naast zit; het contrast tussen licht en donker is immers zeer hoog. Daar komt ook nog bij dat de autofocus vaak niet meer werkt en het moeilijk inkaderen is in het donker.

De bovenstaande punten maken nachtfotografie niet alleen tot een moeilijke discipline, maar ook tot een enorme uitdaging. Er zijn bovendien vele redenen die ertoe leiden dat nachtfoto’s zeer verrassende beelden kunnen opleveren.

Het menselijk oog kan een veel groter contrast verwerken dan de sensor (of film) van een camera. Dit beperkte contrastbereik van de camera leidt tot de situatie waarin diepe zwarten als ook felle lichten al heel snel tegelijkertijd op een nachtfoto terug te vinden zijn. Dit betekent dus dat je als fotograaf zult moeten kiezen: stel je de belichting in op het lichte deel, of op het donkere deel?

Daarnaast zorgt het beperkte licht ook voor de noodzaak om langere sluitertijden toe te passen dan je overdag zou doen. Langere sluitertijden zorgen op hun beurt weer voor een hogere mate van bewegingsonscherpte, doordat bewegende objecten niet meer bevroren kunnen worden. Die bewegingsonscherpte kan dus ook beelden opleveren die het menselijk oog nooit als zodanig zou waarnemen.

Tenslotte krijg je bij nachtfotografie vaak te maken met verschillende soorten licht en lichtbronnen in één enkele foto. Zo valt er gemakkelijk een onderscheid te maken tussen direct (lampen) of indirect licht (reflectie) en de kleurtemperatuur van de lichtbron(nen). Afwijkende kleurtemperaturen kunnen binnen een foto weer tot vervelende kleur zwemen leiden; denk maar aan de groenige zweem die veroorzaakt wordt door tl-lampen.

Momenten om te fotograferen
Op de vraag wat het beste moment is om je met nachtfotografie bezig te houden is het antwoord “als het donker is” natuurlijk wat te kort door de bocht. Vaak blijkt de schemer namelijk een van de beste momenten voor nachtfotografie (of avondfotografie, in dat geval). Volledig zwarte luchten zijn namelijk maar zelden echt interessant en een diepblauwe hemel kan een foto net dat beetje sfeer meegeven dat het tot een bovengemiddelde foto maakt.

Overigens zal je merken dat die blauwe luchten nog heel lang zichtbaar blijven. Zelfs op het moment dat het voor je gevoel al helemaal donker is kan je nog een mooie blauwe lucht als achtergrond gebruiken.

Wanneer je je in stedelijk gebied bevindt heb je vaak ook te maken met lichtvervuiling. Het licht van kassen, of van een fors verlichte stad kan dan zeer vervelende zwemen opleveren, met name op laaghangende bewolking. Dat is dus ook te voorkomen door nog tijdens de schemer te fotograferen. Aan de andere kant kan dat licht ook gebruikt worden om het wolkendek te accentueren, wat vooral erg goed werkt in zwart wit foto’s.

Cameratechniek

De hoeveelheid licht neemt af, dit betekent dat de sluitertijd toeneemt en de kans op onscherpe foto’s steeds groter wordt. Een statief is onmisbaar voor avondfotografie.

Je camera belichtingsmeter meet een gemiddelde van al de lichtbronnen. Experimenteer daarom met de belichting. Probeer onder- en over te belichten. Onderbelichten doe je door de sluitertijd zo aan te passen zodat het streepje op de belichtingsmeter vanuit het midden naar links loopt, van -1/3 tot -2. HDR is voor avondopname erg handig.

Overbelichten doe je door de sluitertijd zo aan te passen zodat het streepje op de belichtingsmeter vanuit het midden naar rechts loopt, van +1/3 tot +2. Experimenteer en als je de ideale instelling hebt gevonden, gebruik die dan als basis voor de volgende foto’s. Het histogram is heilig.

Die verschillende lichtbronnen hebben soms ook een effect op de witbalans, omdat elk type lamp een andere kleurtemperatuur heeft (ondanks dat wij alleen wit licht zien, het menselijk brein past zich automatisch aan). Daarom is het het beste om in RAW formaat te fotograferen, dan kan de witbalans zonder kwaliteitsverlies aangepast worden.

Om er voor te zorgen dat het detail is de lichtste delen zichtbaar blijft kun je het beste het histogram controleren. Deze heeft op veel camera’s een ‘hooglichten’ waarschuwing, rode vlekjes geven aan waar er geen detail meer in de foto zit, waar dat deel dus volledig wit is. Dit onderwerp is het beste in RAW formaat te fotograferen, dan heb je nog kans om donkere of lichtere delen te bewerken zodat er zo veel mogelijk detail zichtbaar blijft.

De dag is niet voorbij als de zon onder is. Zeker als je in bebouwde gebieden fotografeert is er zeker nog een a twee uur na zonsondergang nog veel moois te halen, maar ook in landschappen kun je met lange sluitertijden nog veel licht uit de lucht na zonsondergang halen.

Fotografie tips.

Vraag je af wat het onderwerp van de foto is.  (wat wil je laten zien met de foto?) Het onderwerp moet scherp zijn en goed belicht.

Onderwerp met beweging: camera op de S of Tv.
Onderwerp waarbij scherptediepte van belang is: camera op A of Av.

De belichtingsmeter in de camera geeft een ‘belichtingsadvies’. Maar eerst een proefopname en corrigeer eventueel de belichting met de belichtingscorrect (+/-) knop.

Controleer de foto op de display, overbelichtingindicatie, histogram & scherpte.
Als de overbelichtingindicatie in het onderwerp knippert: de belichting iets aanpassen.
Minderlicht door: sluitertijd korter te maken of diafragma iets kleiner te maken.

Sluitertijd om uit de hand te fotograferen ca. 1/30 sec. Overdag/veel licht: 100 of 200 ISO, begin van de avond of binnenshuis: 400 of 800 ISO, heel weinig licht: 1600 ISO.

Het diafragma, de stuitertijd en de ISO werken in de zelfde ‘eenheid’: ‘stops’, het is dus mogelijk om een slimme combinatie te zoeken waardoor de kwaliteit van de foto hoog is. (magische driehoek)

Een slimme combinatie: een veilige sluitertijd, voldoende scherptediepte en een lage ISO. Voor een algemene situatie overdag met een stilstaand onderwerp: b.v. t=1/125, f/8, 200 ISO dus niet: t/500, f/8, 800 ISO